Posts tonen met het label text. Alle posts tonen
Posts tonen met het label text. Alle posts tonen

maandag 13 oktober 2014

LIEVE AANKLAGER

Op 19-09-2014 was mijn performance Untitled: Perpetrator te zien in Rotterdam, 3 weken na deze performance is er een aanklacht binnen gekomen vanwege deze performance.

Pim Lammers heeft de performance beschreven in het stuk,
‘Kill it, kill it, kill it’ HIER te lezen. 

Mijn verweer naar aanleiding van de aanklacht:

ROTTERDAM
 10-10-14

Lieve Aanklager,


Het is drie weken na mijn performance tijdens, op 19-09-2014.  Ik had deze aanklacht dus ook niet meer verwacht. Maar misschien ben ik je dankbaar.

Ik heb een vis vermoord.

Ik ben een mens, ik ben een makend mens, ik ben een vegetarisch makend mens. Als vegetarisch makend mens ben ik in de veronderstelling dat ik maak vanuit het goede, maar voor jouw is dit niet het geval. Jij vond fout wat ik in deze performance heb bewerkstelligd. En vind het goed om mij aan te geven.

Ik veronderstel, dat deze aangifte een gevolg is omdat je het voor de vis op wil nemen, voor de dieren. Dat je het zielig vond voor de vis. Het niet vond kunnen vanwege de vis. De vis heeft stem noch keuze.
Dat kan ik begrijpen.

We leven in een wereld van huisdieren, poezen, honden, konijnen, hamsters. Goudvissen. Ik leef in een stad met een dierentuin. We leven in een land met verschillende dierentuinen en een dolfinarium.
Wie heeft voor hen gekozen?
De Showroom bevind zich tegenover een supermarkt, waar je verschillende vlees producten kunt krijgen, van koe tot vis. En wat is het verschil tussen de klap die ik gaf en het mechanisme waarmee een koe van zijn leven word beroofd?

Lieve Aanklager, ook ik vind het zielig, als ik zie hoe een koe een schot krijgt, als ik zie dat kippen geen ruimte hebben om de scharrelen. Ook ik vond het zielig om de vis te vermoorden. Je hebt de performance gezien neem ik aan. Maar wat is zielig, wat is pijnlijk?
Wat ik in mijn veronderstelling heb gedaan, als maker, is een beeldende weergave te geven via een performance van de wereld waar wij beide deel van uitmaken. Een weergave niet om te overtuigen, of mijn waarheid te verkondigen, maar een weergave om het bewust zijn aan te spreken.

Ik als maker geloof dat we als mens verantwoordelijk zijn voor wat er op de wereld gebeurd, dat we ons de rug niet moeten toe keren  naar wat zielig is of wat pijnlijk is. Want daar stopt het niet.
Ik snap dat de consument wetend, onwetend zou willen blijven over wat er, voor dat het voedsel op het bord ligt, gebeurd om het voedsel te genereren. Maar dat zijn in mijn ogen de regels van het leven niet.

De wereld heeft mij als makend mens uitgelokt tot een reactie.

Ik deed de performance als volgt.
De avond begon om 19:00 uur, ik had mij omgekleed, koltrui, blazer, haar in een knot, lippen rood nagels gelakt en een tas met een hamer en snijplank om. Ik deed me als een van de bezoekers voor. Ik was een bezoeker. Ik ben een van iedereen. Om 21:00 uur was mijn performance, het publiek had zich voor mijn setting geplaatst, ze liepen dichter bij, keken bij de vis, liepen terug, praatte.
Ik kwam uit het publiek, en begon als deel van het publiek te performen.

Dat is de stap die ik maak als maker.

Als mens heb ik mij daarmee schuldig gemaakt aan de consequenties van het leven.
Inderdaad schuld. Schuld aan het leven.
Maar, ‘’Wie zonder zonde is werpe de eerste steen’’.
En er is niemand zonder schuld, niet alleen in de platte zin van het woord, maar ook in de zin, dat we als mens verantwoordelijk zijn voor al het menselijk gedrag. En ik vind als mens dat we elkaar mogen, kunnen en moeten aanspreken op het gedrag van de ander.

Vanuit die gedachte is deze performance onstaan, en daarom lieve Aanklager, ben ik misschien wel blij met je reactie, helaas vind ik het dat je deze speelt via politie en justitie, je wist mijn naam, je had me eenvoudig kunnen traceren. Maar in plaats met mij open de confrontatie aan te gaan kies jij er voor, mij de rug toe te keren. Terug grijpend op wat ik eerder heb geschreven over mijn goede bedoelingen en daarvan weer jouw foute bevindingen, is dat ik hier mee wil aangeven dat we daarin geen van beide de ultieme waarheid bevatten. Daarom is mijn performance alleen maar een weergave, en wil ik niemand van mijn waarheid overtuigen. En ik krijg het gevoel dat jij door deze stap mij nu jouw waarheid wil opleggen.

Ik heb de performance niet gedaan omdat ik denk dat het een goed werk is, ik heb deze performance gedaan vanuit een visie die in mijn optiek is gestoeld op goede bedoelingen. In jouw optiek is dat anders.
En dat is goed. Had me gecontacteerd, ik had een taart gebakken, koffie gezet, en we hadden de confrontatie kunnen aangaan. Deze kans heb je direct van tafel afgeveegd, en slaat het geheel dood door deze stap.
En dat vind ik pijnlijk.

Ik heb als maker, kunstenaar, in Nederland niet de kans mij te herroepen op de vrijheid van kunst. Ik kan mij niet herroepen op geen enkele wet die mij als maker beschermd en mij de vrijheid bied van het maken.
Wat is kunst? In deze kan ik mij als maker indekken met twee kunst opleidingen, waarvan een afgerond. Plus vond de performance plaats in een ruimte die is bestemd gezien te worden in de context kunst.

Jij daarin tegen kan mij het niet na leven van artikel 36 van de gezondheids- en welzijnswet voor dieren, aandragen. Waar ik mij tegen moet verweren.

-De vermoordde goudvis, gekocht in een dierenwinkel waarschijnlijk vervoerd vanuit Israël, via schuddende vrachtwagens, vliegtuigen, in te kleine zakjes gevuld met ijskoud water. Waarvan er per zak ongeveer 15 á 20 sterven. De voorgeschiedenis, van mijn gekochte goudvis.
Wij als Nederlanders, houden deze dierenwinkel in stand, de verkoop van goudvissen, dus ook de moord op honderden goudvissen per jaar. (bron Keuringsdienstvanwaarde ’Het geheugen van de goudvis’ KRO 31-10-14)

-Hoe moeten we het door jouw, in mijn veronderstelling, aangekaarte probleem , in ethisch perspectief zien, als je zegt, jij vermoord een vis, een vis die zich niet kan verweren en stem noch keuze heeft, hoe zit het dan met alle huisdieren, honden, poezen, parkieten in een kooi. Ook die hebben stem noch keuze, maar aanvankelijk denken wij omdat we ze als mens een goede verzorging denken te geven dat we goed doen. Is dat zo? Verlangt een dier niet altijd terug naar het bos?

-Wat heb ik anders gedaan dan de slachter die de koe slacht? Ik heb de vis niet onnodig lang laten leiden, ik heb de vis niet langzaam laten sterven, ik heb de vis geen sadistische spelletjes laten ondergaan, ik heb de vis in een klap vermoord.


Lieve Aanklager,
Ik snap dat jij je als mens geroepen voelt om vanuit je gevoel een reactie te geven richting mij als performer
lolo is a boy, met de performance ’’Untitled, Perpetrator’’.
Maar ik snap niet waarom dit via politie en justitie moet. Voor mijn gevoel sla jij hiermee het gesprek dood, het gesprek als in de menselijke confrontatie, en keer je mij de rug toe.
En ik denk dat dat, in deze, een te grote stap is.


Ik zeg, taart, koffie en confrontatie.


VRIENDELIJKEGROET,
lolo is a boy
L. Vooijce

loloisaboy@gmail.com

UNTITLED: PERPETRATOR


‘Kill it, kill it, kill it’
Perfomancekunst is misschien wel een van de moeilijkste kunstvormen die er zijn. Veel mensen zien het als onbegrijpelijk en moeilijk. Iemand die deze kunstvorm goed beheerst is Lolo. Hij weet zijn performance juist zo te brengen dat de toeschouwer zijn performance helemaal niet wíl begrijpen.
//
Het publiek oogt onrustig, het is nieuwsgierig naar wat er komen gaat. Het grote witte blok met daarop een goudvissenkom roept vragen op. Terwijl de laatste mensen naar binnen lopen, stapt onverwachts een jongen aarzelend naar voren. Hij tikt voorzichtig tegen het glas van de kom, zoals een kind dat bij zijn eigen goudvis zou doen. De goudvis reageert door driftig rondjes te zwemmen. De jongen, Lolo, haalt vervolgens uit zijn tas een snijplankje en een hamer.
Zodra Lolo de hamer neerlegt, wordt het publiek nóg onrustiger. De nieuwsgierigheid begint langzaam over te gaan in een soort angst, angst voor wat er komen gaat. Datzelfde gevoel is ook bij Lolo te merken. Hij begint te trillen, dat heftiger wordt wanneer hij zijn hand in de kom laat zakken en de vis probeert vast te pakken.
Met enige tegenzin legt hij de spartelende vis op het snijplankje en pakt de hamer. ‘Kill it, kill it, kill it.’ De ijzingwekkende stem van Lolo galmt door de zaal. De sfeer is nu helemaal omgeslagen. Een vrouw uit het publiek roept iets onverstaanbaars, alsof ze Lolo wil tegenhouden. Ook al denken we het allemaal, ze is de enige die er wat van durft te zeggen. De vrouw wordt het zwijgen opgelegd door Lolo: ‘Shut the fuck up.’ En hij gaat vervolgens onverstoorbaar door. ‘Kill it, kill it, kill it.’
Lolo moedigt zichzelf aan, wat ook duidelijk nodig is. Het lijkt alsof hij ieder moment in huilen kan uitbarsten. Toch houdt hij in zijn hand nog steeds de hamer vast, die boven het spartelende diertje hangt als het zwaard van Damokles. Hoe langer Lolo doorgaat met zichzelf moed in te praten, hoe onheilspellender de sfeer wordt.
Plots houdt de vis op met spartelen. Lolo legt zijn hamer neer en probeert de vis op te pakken. Een zucht van verlichting gaat door de zaal, hoopvol dat de vis in de kom zal belanden. Maar zodra de goudvis verder gaat met spartelen, heeft Lolo de hamer alweer vast. Het bijna vertrouwde, maar nog net zo akelige ‘kill it, kill it’ klinkt weer door de zaal.
Het lijkt uren te duren, maar in werkelijkheid zijn het minuten. Lolo zorgt ervoor dat het publiek nergens anders naar kijkt en ook nergens anders aan denkt. In gedachten worden smeekbedes uitgevoerd om hem te laten stoppen. Maar daar blijft het bij, iedereen kijkt met open mond naar de jongen, de hamer en de naar zuurstof happende vis.
Dan, midden in zijn bemoedigende zin, slaat Lolo onverwachts met een snelle beweging op de goudvis. Vluchtig veegt hij met een zakdoekje de hamer schoon, maar laat het vermorzelde visje liggen. Gehaast loopt hij de zaal uit, het publiek in zowel verwarring als afschuw achterlatend. Zoiets heeft het nog nooit gezien.

door Pim Lammers



foto. Jo Ann - Onscherp

UNTITLED: PERPETRATOR by lolo is a boy
Performance SHOWROOM MAMA 19-09-2014


GROETEN UIT KATWIJK

Naar aanleiding van een column van Ds. Stam, over homoseksualiteit 
e.a. zaken. Werd dit artikel als reactie in de zelfde krant gepubliceerd. 
Katwijkse Post 2011




Aan hem die ik nooit mijn geliefde zal noemen


Aan hem die ik nooit mijn geliefde zal noemen.
verzen

voorgedragen in Literair cafe SKEK Amsterdam, 11-09-2014



Aan hem die ik nooit mijn liefde zal noemen.

Hij zei van mij te houden
als hij van mij zou houden.

niet exact in die woorden
maar toch in die woorden.

Een cirkel is eigenlijk een mild vierkant.
Aldo van Eyck.


Ontwaken. Het was zo´n dag dat de zon fel, het licht door de ramen schijnend de witte lakens 
doet kreuken. Ik dwing mij zelf het bed uit. Ik zou hem weer gaan zien.
Zijn ogen groot, zijn lichaam lang, zijn handen sterk, zijn woorden wijs, zijn denkraam met rechte hoeken afgezet.

De vrouwelijkheid is rond. De vrijheid is vrouwelijk.
Sla uw woordenboek er maar op na.

Ik stift mijn lippen rood,
als klein protest.
Een subtiele daad waarmee ik de woorden die ik spreek meer kracht mee geef. 
Wanneer de taal die de tong vind de ruimte trilt.
Ze laten sporen na, na een kus.
Maar vergankelijk, zoals een roos, is een roos, is a rose, is a rose, is a rose.
Rood.

Rood betekende voor hem gevaar.
Hij is bang voor rood.
Vertelde hij, terwijl hij zijn blossen tevergeefs probeert te verhullen.

Waarom. Dat wist hij niet, dat voelde hij.
Hij vertaalde zijn gevoel niet in woorden, dat kon hij niet. Hij liet het zweven zoals de wolken
die nu verschenen en scherpe zon omhelzen.

Gevoel vind hij eng.
Zoals een echte man. Verloor hij zich in feiten. Rechte lijnen, zwarte pakken en Hollandse kost.
Zoals een echte man is hij rechthoekig. Terwijl ik hem de wegen in trok die we nog niet konden.
Lief het onbekende begroeten. Bloemen plukten, om die weer weg te geven. Koffie, en we delen 
mijn taart, een appeltaart, en af en toe geef ik hem een hap, zoals Eva, Adam voorzag vanuit zorg en niet 
vanuit zonde.

Ik wil verder dansend, een dans gevoed door wat door de oren verstaan word als bewegingen.
Maar hij danst niet.
Dansen vond hij rond, en dat paste niet door zijn denkraam.


Rond was oneindig. Rond was niet te vatten. Rond was rood.

Rond was de oneindige vrijheid waar hij tegen was.
Hij vond dat hij de vrijheid moest beperken om te begrijpen wat vrijheid was.
Begrijpelijk.
Maar stopt het daar.
Stopt het daar op die hoek.
Ik vertelde hem de beperkingen met vrijheid tegemoet te treden, om te begrijpen wat het leven was.

De zon eens zo fel, verschuilt zich achter een wolken deken, ze huilt, althans zo lijkt het.
Ik zit in de trein, de stilte coupe.
Het volgende station stapt er een meisje in. Nat geregend.
Links, twee stoelen voor mij, neemt ze plaats. Haar gezicht naar mij gericht.
Ik kijk haar aan, ze ziet mij niet. Ze maakt een vreemde
indruk. Met haar vele tassen lijkt ze terug te keren van een vakantie.
Schichtig maakt ze haar stoel eigen. En veegt de natte haren uit haar gezicht.
Ze belt. Iets van school, als ik het goed versta.
Ze staat weer op, vraagt de vrouw tegenover haar op haar spullen te letten.
De vrouw is vriendelijk en knikt. Haar vreemde indruk word bevestigd
door het obsessief bedanken van de vrouw.
Mede passagiers kijken verstoord, als het meisje haar weg vervolgd
en de coupe uitloopt, denkend ’’Hé, stiltecoupe!’’
Voorzichtig volgen mijn ogen het meisje.
Ze keert terug.

Het meisje belt weer, nu in het Engels. Tot ik gesnotter hoor ben ik afgeleid
door het razende leven langs mijn ruit.
Ze huilt.
Volgens mij,  heeft haar liefde haar verlaten. Maak ik plots op.
Ze huilt door, harder. - Ze vertelt door, onduidelijker.

Het gesnotter en de Engelse taal maken het voor mij niet makkelijk haar te
begrijpen.
Ze praat over kotsen, ze moest kotsen door wat ze hoorde van  ''Paul''. 
Hij, Paul, heeft haar gezegd nog van haar te houden, als hij van haar zou
houden, niet exact in die woorden maar toch in die woorden.
Hij verlaat haar.

Met al haar spullen bepakt zit ze nu leeg, verward, en eenzaam in de
trein. Los gelaten en op de grond geklapt.

Vervlochten in een zee van gedachten
- moet ik verder luisteren, had ik  wel moeten  luisteren, moet ik haar
gaan troosten, maar als ik haar ga troosten weet ze dat ik luisterde.  Is dat erg?
Die tweestrijd tussen actief  meeleven, of passief de neus
laten bloeden / Het verschil tussen recht & rond. -

dan dringt een potige conducteur de  coupe binnen, hij controleert niemand op
zijn  of haar ticket, geen aarzeling en met een ferme stap loopt hij op het geroerde
meisje af, buigt zijn grote lichaam lichtelijk over haar, ’’Dit is de stiltecoupe!’’
zonder gevoel stuurt hij haar weg! Wijzend op zwart witte regels.

Ik zei hem,
mannen als hem te haten.
De botheid van deze uitspraak is gelijk aan die waarmee hij haar niet wetend wat  met haar
gevoel aan te moeten op de regels wijst. Maar wat zijn de regels van het leven?
In mijn tweestrijd ervaar ik diezelfde grote angsten die hij al voorziet in kleine ongecontroleerde bewegingen.

Dus, alles word vastgelegd.
Geen spontaniteit. Geen creativiteit. Geen intuïtie.

Er moet gebouwd, er moet een fundering. Er moet worden kunnen vertrouwd.
Zodat als er iets misgaat de schuldige kan worden aangewezen.

Eens A, is altijd A.

Ik zei hem.

Als ik zeg ik zal altijd van je houden, NU
betekend dat ook later.
Als ik later zeg, ik hield van je toen.
zegt dat niets over nu.

Als zijn wereld bestaat uit regels van zwart of wit.
Wil ik dat mijn leven rood is.


Mijzelf het bed uitgedragen heb Ik mij gewassen. Zoals de regen de straten schoon heeft gespoelt sta ik 
ontdaan van elke opsmuk, in de zonnestralen van de opengebroken lucht en bekijk ik mijzelf in de spiegel.

In mij zit zo’n angstige man. De angstige man die bang voor het onbekende begint te haten voor waar zijn 
begrijpen voor gesloten is. Zoals vroeger door hem mijn moeilijke vragen werden afgekapt.
Zodra de woorden te kort schoten vlogen de handen los.

Hoe kan ik hem in mij omarmen. Als hij mij het omarmen heeft afgeleerd.
Hoe kan ik zeggen dat ik van hem hou, als hij me niet geleerd heeft te kunnen liefhebben, hoe kan ik hem 
haten terwijl ik hem die mij haten heeft aangereikt niet wil bevestigen.


Hij zei van mij te houden
als hij van mij ze houden

niet exact in die woorden
maar toch in die woorden.