Posts tonen met het label text. Alle posts tonen
Posts tonen met het label text. Alle posts tonen
vrijdag 12 december 2014
maandag 13 oktober 2014
LIEVE AANKLAGER
Op 19-09-2014 was mijn performance Untitled: Perpetrator te zien in Rotterdam, 3 weken na deze performance is er een aanklacht binnen gekomen vanwege deze performance.
Pim Lammers heeft de performance beschreven in het stuk,
‘Kill it, kill it, kill it’ HIER te lezen.
‘Kill it, kill it, kill it’ HIER te lezen.
Mijn verweer naar aanleiding van de aanklacht:
ROTTERDAM
10-10-14
Lieve Aanklager,
Het is drie weken na mijn performance tijdens, op 19-09-2014. Ik had deze aanklacht dus ook niet meer
verwacht. Maar misschien ben ik je dankbaar.
Ik heb een vis vermoord.
Ik ben een mens,
ik ben een makend mens, ik ben een vegetarisch makend mens. Als vegetarisch
makend mens ben ik in de veronderstelling dat ik maak vanuit het goede, maar
voor jouw is dit niet het geval. Jij vond fout wat ik in deze performance heb bewerkstelligd.
En vind het goed om mij aan te geven.
Ik veronderstel,
dat deze aangifte een gevolg is omdat je het voor de vis op wil nemen, voor de
dieren. Dat je het zielig vond voor de vis. Het niet vond kunnen vanwege de
vis. De vis heeft stem noch keuze.
Dat kan ik
begrijpen.
We leven in een
wereld van huisdieren, poezen, honden, konijnen, hamsters. Goudvissen. Ik leef
in een stad met een dierentuin. We leven in een land met verschillende
dierentuinen en een dolfinarium.
Wie heeft voor hen
gekozen?
De Showroom bevind
zich tegenover een supermarkt, waar je verschillende vlees producten kunt
krijgen, van koe tot vis. En wat is het verschil tussen de klap die ik gaf en
het mechanisme waarmee een koe van zijn leven word beroofd?
Lieve Aanklager,
ook ik vind het zielig, als ik zie hoe een koe een schot krijgt, als ik zie dat
kippen geen ruimte hebben om de scharrelen. Ook ik vond het zielig om de vis te
vermoorden. Je hebt de performance gezien neem ik aan. Maar wat is zielig, wat
is pijnlijk?
Wat ik in mijn veronderstelling
heb gedaan, als maker, is een beeldende weergave te geven via een performance
van de wereld waar wij beide deel van uitmaken. Een weergave niet om te
overtuigen, of mijn waarheid te verkondigen, maar een weergave om het bewust
zijn aan te spreken.
Ik als maker
geloof dat we als mens verantwoordelijk zijn voor wat er op de wereld gebeurd,
dat we ons de rug niet moeten toe keren
naar wat zielig is of wat pijnlijk is. Want daar stopt het niet.
Ik snap dat de
consument wetend, onwetend zou willen blijven over wat er, voor dat het
voedsel op het bord ligt, gebeurd om het voedsel te genereren. Maar dat zijn in
mijn ogen de regels van het leven niet.
De wereld heeft
mij als makend mens uitgelokt tot een reactie.
Ik deed de performance als volgt.
De avond begon om
19:00 uur, ik had mij omgekleed, koltrui, blazer, haar in een knot, lippen rood
nagels gelakt en een tas met een hamer en snijplank om. Ik deed me als een van
de bezoekers voor. Ik was een bezoeker. Ik ben een van iedereen. Om 21:00 uur
was mijn performance, het publiek had zich voor mijn setting geplaatst, ze
liepen dichter bij, keken bij de vis, liepen terug, praatte.
Ik kwam uit het
publiek, en begon als deel van het publiek te performen.
Dat is de stap die
ik maak als maker.
Als mens heb ik
mij daarmee schuldig gemaakt aan de consequenties van het leven.
Inderdaad schuld.
Schuld aan het leven.
Maar, ‘’Wie zonder
zonde is werpe de eerste steen’’.
En er is niemand
zonder schuld, niet alleen in de platte zin van het woord, maar ook in de zin,
dat we als mens verantwoordelijk zijn voor al het menselijk gedrag. En ik vind
als mens dat we elkaar mogen, kunnen en moeten aanspreken op het gedrag van de
ander.
Vanuit die
gedachte is deze performance onstaan, en daarom lieve Aanklager, ben ik
misschien wel blij met je reactie, helaas vind ik het dat je deze speelt via
politie en justitie, je wist mijn naam, je had me eenvoudig kunnen traceren.
Maar in plaats met mij open de confrontatie aan te gaan kies jij er voor, mij
de rug toe te keren. Terug grijpend op wat ik eerder heb geschreven over mijn
goede bedoelingen en daarvan weer jouw foute bevindingen, is dat ik hier mee
wil aangeven dat we daarin geen van beide de ultieme waarheid bevatten. Daarom
is mijn performance alleen maar een weergave, en wil ik niemand van mijn
waarheid overtuigen. En ik krijg het gevoel dat jij door deze stap mij nu jouw
waarheid wil opleggen.
Ik heb de
performance niet gedaan omdat ik denk dat het een goed werk is, ik heb deze
performance gedaan vanuit een visie die in mijn optiek is gestoeld op goede
bedoelingen. In jouw optiek is dat anders.
En dat is goed. Had me gecontacteerd, ik had een taart gebakken, koffie gezet, en we hadden de confrontatie kunnen aangaan. Deze kans heb je direct van tafel afgeveegd, en slaat het geheel dood door deze stap.
En dat is goed. Had me gecontacteerd, ik had een taart gebakken, koffie gezet, en we hadden de confrontatie kunnen aangaan. Deze kans heb je direct van tafel afgeveegd, en slaat het geheel dood door deze stap.
En dat vind ik
pijnlijk.
Ik heb als maker,
kunstenaar, in Nederland niet de kans mij te herroepen op de vrijheid van
kunst. Ik kan mij niet herroepen op geen enkele wet die mij als maker beschermd
en mij de vrijheid bied van het maken.
Wat is kunst? In
deze kan ik mij als maker indekken met twee kunst opleidingen, waarvan een
afgerond. Plus vond de performance plaats in een ruimte die is bestemd gezien
te worden in de context kunst.
Jij daarin tegen
kan mij het niet na leven van artikel 36 van de gezondheids- en welzijnswet
voor dieren, aandragen. Waar ik mij tegen moet verweren.
-De vermoordde
goudvis, gekocht in een dierenwinkel waarschijnlijk vervoerd vanuit Israël, via
schuddende vrachtwagens, vliegtuigen, in te kleine zakjes gevuld met ijskoud
water. Waarvan er per zak ongeveer 15 á 20 sterven. De voorgeschiedenis, van
mijn gekochte goudvis.
Wij als
Nederlanders, houden deze dierenwinkel in stand, de verkoop van goudvissen, dus
ook de moord op honderden goudvissen per jaar. (bron Keuringsdienstvanwaarde
’Het geheugen van de goudvis’ KRO 31-10-14)
-Hoe moeten we het
door jouw, in mijn veronderstelling, aangekaarte probleem , in ethisch
perspectief zien, als je zegt, jij vermoord een vis, een vis die zich niet kan verweren
en stem noch keuze heeft, hoe zit het dan met alle huisdieren, honden, poezen,
parkieten in een kooi. Ook die hebben stem noch keuze, maar aanvankelijk denken
wij omdat we ze als mens een goede verzorging denken te geven dat we goed doen.
Is dat zo? Verlangt een dier niet altijd terug naar het bos?
-Wat heb ik anders
gedaan dan de slachter die de koe slacht? Ik heb de vis niet onnodig lang laten
leiden, ik heb de vis niet langzaam laten sterven, ik heb de vis geen
sadistische spelletjes laten ondergaan, ik heb de vis in een klap vermoord.
Lieve Aanklager,
Ik snap dat jij je
als mens geroepen voelt om vanuit je gevoel een reactie te geven richting mij
als performer
lolo
is a boy, met de performance ’’Untitled, Perpetrator’’.
Maar ik snap niet
waarom dit via politie en justitie moet. Voor mijn gevoel sla jij hiermee het gesprek
dood, het gesprek als in de menselijke confrontatie, en keer je mij de rug toe.
En ik denk dat
dat, in deze, een te grote stap is.
Ik zeg, taart, koffie en confrontatie.
VRIENDELIJKEGROET,
lolo is a boy
L. Vooijce
loloisaboy@gmail.com
UNTITLED: PERPETRATOR
‘Kill it, kill it, kill it’
Perfomancekunst
is misschien wel een van de moeilijkste kunstvormen die er zijn. Veel mensen
zien het als onbegrijpelijk en moeilijk. Iemand die deze kunstvorm goed beheerst
is Lolo. Hij weet zijn performance juist zo te brengen dat de toeschouwer zijn
performance helemaal niet wíl begrijpen.
//
Het publiek oogt onrustig, het is nieuwsgierig
naar wat er komen gaat. Het grote witte blok met daarop een goudvissenkom roept
vragen op. Terwijl de laatste mensen naar binnen lopen, stapt onverwachts een jongen
aarzelend naar voren. Hij tikt voorzichtig tegen het glas van de kom, zoals een
kind dat bij zijn eigen goudvis zou doen. De goudvis reageert door driftig
rondjes te zwemmen. De jongen, Lolo, haalt vervolgens uit zijn tas een
snijplankje en een hamer.
Zodra Lolo de hamer neerlegt, wordt het
publiek nóg onrustiger. De nieuwsgierigheid begint langzaam over te gaan in een
soort angst, angst voor wat er komen gaat. Datzelfde gevoel is ook bij Lolo te
merken. Hij begint te trillen, dat heftiger wordt wanneer hij zijn hand in de
kom laat zakken en de vis probeert vast te pakken.
Met enige tegenzin legt hij de spartelende vis
op het snijplankje en pakt de hamer. ‘Kill
it, kill it, kill it.’ De ijzingwekkende stem van Lolo galmt door de zaal. De
sfeer is nu helemaal omgeslagen. Een vrouw uit het publiek roept iets
onverstaanbaars, alsof ze Lolo wil tegenhouden. Ook al denken we het allemaal,
ze is de enige die er wat van durft te zeggen. De vrouw wordt het zwijgen
opgelegd door Lolo: ‘Shut the fuck up.’
En hij gaat vervolgens onverstoorbaar door. ‘Kill it, kill it, kill it.’
Lolo moedigt zichzelf aan, wat ook duidelijk
nodig is. Het lijkt alsof hij ieder moment in huilen kan uitbarsten. Toch houdt
hij in zijn hand nog steeds de hamer vast, die boven het spartelende diertje
hangt als het zwaard van Damokles. Hoe langer Lolo doorgaat met zichzelf moed
in te praten, hoe onheilspellender de sfeer wordt.
Plots houdt de vis op met spartelen. Lolo legt
zijn hamer neer en probeert de vis op te pakken. Een zucht van verlichting gaat
door de zaal, hoopvol dat de vis in de kom zal belanden. Maar zodra de goudvis verder
gaat met spartelen, heeft Lolo de hamer alweer vast. Het bijna vertrouwde, maar
nog net zo akelige ‘kill it, kill it’
klinkt weer door de zaal.
Het lijkt uren te duren, maar in werkelijkheid
zijn het minuten. Lolo zorgt ervoor dat het publiek nergens anders naar kijkt en
ook nergens anders aan denkt. In gedachten worden smeekbedes uitgevoerd om hem
te laten stoppen. Maar daar blijft het bij, iedereen kijkt met open mond naar
de jongen, de hamer en de naar zuurstof happende vis.
Dan, midden in zijn bemoedigende zin, slaat Lolo
onverwachts met een snelle beweging op de goudvis. Vluchtig veegt hij met een
zakdoekje de hamer schoon, maar laat het vermorzelde visje liggen. Gehaast
loopt hij de zaal uit, het publiek in zowel verwarring als afschuw
achterlatend. Zoiets heeft het nog nooit gezien.
door Pim
Lammers
foto. Jo Ann - Onscherp
UNTITLED: PERPETRATOR by lolo is a boy
Performance SHOWROOM MAMA 19-09-2014
GROETEN UIT KATWIJK
Naar aanleiding van een column van Ds. Stam, over homoseksualiteit
e.a. zaken. Werd dit artikel als reactie in de zelfde krant gepubliceerd.
Katwijkse Post 2011
Aan hem die ik nooit mijn geliefde zal noemen
Aan hem die ik
nooit mijn geliefde zal noemen.
verzen
voorgedragen in Literair cafe SKEK Amsterdam, 11-09-2014
voorgedragen in Literair cafe SKEK Amsterdam, 11-09-2014
Aan hem die ik nooit mijn liefde zal noemen.
Hij zei van mij te houden
als hij van mij zou houden.
niet exact in die woorden
maar toch in die woorden.
Een cirkel is eigenlijk een mild vierkant.
Aldo van Eyck.
Ontwaken. Het was zo´n dag dat de zon fel, het
licht door de ramen schijnend de witte lakens
doet kreuken. Ik dwing mij zelf het bed uit. Ik zou hem weer gaan zien.
doet kreuken. Ik dwing mij zelf het bed uit. Ik zou hem weer gaan zien.
Zijn ogen groot, zijn lichaam lang, zijn handen
sterk, zijn woorden wijs, zijn denkraam met rechte hoeken afgezet.
De vrouwelijkheid is rond. De vrijheid is
vrouwelijk.
Sla uw woordenboek er maar op na.
Ik stift mijn lippen rood,
als klein protest.
Een subtiele daad waarmee ik de woorden die
ik spreek meer kracht mee geef.
Wanneer de taal die de tong vind de ruimte
trilt.
Ze laten sporen na, na een kus.
Maar vergankelijk, zoals een roos, is een
roos, is a rose, is a rose, is a rose.
Rood.
Rood betekende voor hem gevaar.
Hij is bang voor rood.
Vertelde hij, terwijl hij zijn blossen
tevergeefs probeert te verhullen.
Waarom. Dat wist hij niet, dat voelde hij.
Hij vertaalde zijn gevoel niet in woorden,
dat kon hij niet. Hij liet het zweven zoals de wolken
die nu verschenen en scherpe zon omhelzen.
Gevoel vind hij eng.
Zoals een echte man. Verloor hij zich in
feiten. Rechte lijnen, zwarte pakken en Hollandse kost.
Zoals een echte man is hij rechthoekig. Terwijl ik hem de wegen in trok die we nog
niet konden.
Lief het onbekende begroeten. Bloemen plukten, om die weer weg te geven. Koffie, en we delen
mijn taart, een appeltaart, en af en toe geef ik hem een hap, zoals Eva, Adam voorzag vanuit zorg en niet
vanuit zonde.
Lief het onbekende begroeten. Bloemen plukten, om die weer weg te geven. Koffie, en we delen
mijn taart, een appeltaart, en af en toe geef ik hem een hap, zoals Eva, Adam voorzag vanuit zorg en niet
vanuit zonde.
Ik wil verder dansend, een dans gevoed door
wat door de oren verstaan word als bewegingen.
Maar hij danst niet.
Dansen vond hij rond, en dat paste niet
door zijn denkraam.
Rond was oneindig. Rond was niet te vatten. Rond was rood.
Rond was de oneindige vrijheid waar hij
tegen was.
Hij vond dat hij de vrijheid moest beperken
om te begrijpen wat vrijheid was.
Begrijpelijk.
Maar stopt het daar.
Stopt het daar op die hoek.
Ik vertelde hem de beperkingen met vrijheid
tegemoet te treden, om te begrijpen wat het leven was.
De zon eens zo fel, verschuilt zich achter
een wolken deken, ze huilt, althans zo lijkt het.
Ik zit in de trein, de stilte coupe.
Het volgende station stapt er een meisje
in. Nat geregend.
Links, twee stoelen voor mij, neemt ze
plaats. Haar gezicht naar mij gericht.
Ik kijk haar aan, ze ziet mij niet. Ze
maakt een vreemde
indruk. Met haar vele tassen lijkt ze terug
te keren van een vakantie.
Schichtig maakt ze haar stoel eigen. En
veegt de natte haren uit haar gezicht.
Ze belt. Iets van school, als ik het goed
versta.
Ze staat weer op, vraagt de vrouw tegenover
haar op haar spullen te letten.
De vrouw is vriendelijk en knikt. Haar
vreemde indruk word bevestigd
door het obsessief bedanken van de vrouw.
Mede passagiers kijken verstoord, als het
meisje haar weg vervolgd
en de coupe uitloopt, denkend ’’Hé,
stiltecoupe!’’
Voorzichtig volgen mijn ogen het meisje.
Ze keert terug.
Het meisje belt weer, nu in het Engels. Tot
ik gesnotter hoor ben ik afgeleid
door het razende leven langs mijn ruit.
Ze huilt.
Volgens mij, heeft haar liefde haar verlaten. Maak ik
plots op.
Ze huilt door, harder. - Ze vertelt door,
onduidelijker.
Het gesnotter en de Engelse taal maken het
voor mij niet makkelijk haar te
begrijpen.
Ze praat over kotsen, ze moest kotsen door
wat ze hoorde van ''Paul''.
Hij, Paul, heeft haar gezegd nog van haar
te houden, als hij van haar zou
houden, niet exact in die woorden maar toch
in die woorden.
Hij verlaat haar.
Met al haar spullen bepakt zit ze nu leeg,
verward, en eenzaam in de
trein. Los gelaten en op de grond geklapt.
Vervlochten in een zee van gedachten
- moet ik verder luisteren, had ik wel moeten
luisteren, moet ik haar
gaan troosten, maar als ik haar ga troosten
weet ze dat ik luisterde. Is dat erg?
Die tweestrijd tussen actief meeleven, of passief de neus
laten bloeden / Het verschil tussen recht
& rond. -
dan dringt een potige conducteur de coupe binnen, hij controleert niemand op
zijn
of haar ticket, geen aarzeling en met een ferme stap loopt hij op het
geroerde
meisje af, buigt zijn grote lichaam
lichtelijk over haar, ’’Dit is de stiltecoupe!’’
zonder gevoel stuurt hij haar weg! Wijzend
op zwart witte regels.
Ik zei hem,
mannen als hem te haten.
De botheid van deze uitspraak is gelijk aan
die waarmee hij haar niet wetend wat met
haar
gevoel aan te moeten op de regels wijst. Maar wat zijn de regels van het leven?
gevoel aan te moeten op de regels wijst. Maar wat zijn de regels van het leven?
In mijn tweestrijd ervaar ik diezelfde
grote angsten die hij al voorziet in kleine ongecontroleerde bewegingen.
Dus, alles word vastgelegd.
Geen spontaniteit. Geen creativiteit. Geen
intuïtie.
Er moet gebouwd, er moet een fundering. Er
moet worden kunnen vertrouwd.
Zodat als er iets misgaat de schuldige kan
worden aangewezen.
Eens A, is altijd A.
Ik zei hem.
Als ik zeg ik zal altijd van je houden, NU
betekend dat ook later.
Als ik later zeg, ik hield van je toen.
zegt dat niets over nu.
Als zijn wereld bestaat uit regels van
zwart of wit.
Wil ik dat mijn leven rood is.
Mijzelf het bed uitgedragen heb Ik mij
gewassen. Zoals de regen de straten schoon heeft gespoelt sta ik
ontdaan van
elke opsmuk, in de zonnestralen van de opengebroken lucht en bekijk ik mijzelf
in de spiegel.
In mij zit zo’n angstige man. De angstige
man die bang voor het onbekende begint te haten voor waar zijn
begrijpen voor
gesloten is. Zoals vroeger door hem mijn moeilijke vragen werden afgekapt.
Zodra de woorden te kort schoten vlogen de
handen los.
Hoe kan ik hem in mij omarmen. Als hij mij
het omarmen heeft afgeleerd.
Hoe kan ik zeggen dat ik van hem hou, als
hij me niet geleerd heeft te kunnen liefhebben, hoe kan ik hem
haten terwijl ik
hem die mij haten heeft aangereikt niet wil bevestigen.
Hij zei van mij te houden
als hij van mij ze houden
niet exact in die woorden
maar toch in die woorden.
Abonneren op:
Posts (Atom)

